De invloed van de bovenstroom #2

Als je met een team via de samenwerking resultaten moet halen, is het zaak dat alle beschikbare energie zich richt op het behalen van de doelstellingen. Was het maar zo eenvoudig als dat het klinkt. 

Onze primaire programmering

We zijn namelijk niet geprogrammeerd om samen te werken aan een gezamenlijk resultaat. Onze primaire programmering is gericht om samen te leven in een groep, daarbij te horen en zeker niet buitengesloten te worden. Ons gedrag wordt aangestuurd door ons met name te richten op de onderlinge relaties. Deze processen volstrekken zich volledig onbewust. En natuurlijk is er niets mis mee om goede relaties te hebben met de collega’s om je heen.

Zodra dit zich uitvergroot naar bondjes vormen, besluiten nemen in de wandelgangen, schadelijke roddel en pesterij dan kan je stellen dat de beschikbare energie zich niet meer richt op het halen van de doelen. Het gaat op in frustratie, emoties, irritaties en andere energielekken. 

De kracht van de groep

De sociale programmering gaat met de groep aan de haal; ik noem het de kracht van de groep. Iedereen is onbewust bezig met zijn sociale positie in de groep; “Hoor ik erbij, heb ik invloed, wie ziet mij graag?” zijn voortdurende vragen die het gedrag aansturen. ALLE leden uit het GEHELE systeem, dus ook het sturend kader en de context rond het team, houden dit in stand. Het geheel rond het individu triggert de innerlijke (overlevings)mechanismes tot gedrag. Triggers waarin je frustratie, oordeel, bewondering, verliefdheid en alle andere denkbare reacties kunt voelen. 

We leven dus in een neiging tot reacties op onze omgeving en anderen waarbij onze individuele intenties, meningen en behoeften centraal staan. Zodra we gaan samenwerken, wordt dit versterkt door ervaringen, trauma’s en successen uit onze jeugd en carrière. Het niet willen voelen “dat je niet oké bent, er niet bij hoort of niet genoeg bent”, hebben we allemaal vaak genoeg meegemaakt. Het vermijden van deze eerdere pijnen versterkt de neiging je behoeftes vervuld te willen zien.

Dit allemaal beïnvloedt de binding met de ander, we zetten als het ware een bril op waardoor we alles bevestigd willen zien. Het versterkt of verzwakt de interactie gericht op een gezamenlijk resultaat.

Wat helpt in de bovenstroom?

Zodra je dus deel maakt van een samenwerking, is de bovenstroom leidend om de werkenergie te richten. Helpend is om alles in taken, rollen, verantwoordelijkheid, doelen, en de ‘wwwwh’- vragen superscherp te maken. Wat is ieders bijdrage? Waarin zit ieders bijdrage dus NIET? In taak/ resultaat maar ook in gedrag op de samenwerking; Wat spreken we af als we ruis in de communicatie hebben? Wie is afhankelijk van wie voor resultaat? Wie gaat dus wie aanspreken?

Zorg dat elke keer als jullie bij elkaar komen, heel duidelijk is waarom ieders aanwezigheid op dat moment nodig is. Er moet door heel duidelijk te maken in ieders professionele bijdrage een heel duidelijke reden zijn om fysiek bij elkaar te komen. Die meerwaarde moet dan ook centraal staan in het vergaderdoel. En als je fysiek bij elkaar komt; altijd werkvormen gebruiken die iedereen gelijkwaardig laat bijdragen, anders is 90% aanwezig om altijd dezelfde mensen te horen praten.

Dit is je bovenstroom. Je doelen, procedures, helderheid in het gezamenlijk beeld van het resultaat en duidelijk hebben wat ieders bijdrage moet zijn. Want als er vaagheid is binnen deze “bovenstroom”, des te meer ruimte voor eigen interpretaties en verwachtingen van de ander, des te meer kans op triggers van frustraties, bondjes en wrijvingen; de onderstroom! Zo logisch! Net als de onderstroom, dat lees je in de volgende blog, #3: De onderstroom is logisch, niet magisch.