Neem het niet persoonlijk! #4

In deze blog leg ik je uit waarom binnen samenwerkingen het niet persoonlijk nemen (en maken) een individuele vaardigheid is die van grote invloed is op het effect op de samenwerking, vanuit de wetenschappelijke stroming over systeemdenken.

Voor deze blog is het handig als de blogs over de bovenstroom en onderstroom ook hebt gelezen. Dan zal je snappen waarom ik in mijn aanpak richt op “1het niet-persoonlijk nemen”. 

Binnen teams ontstaan relaties tussen de collega’s. Dit gaat vanzelf en onbewust, zoals ik eerder heb beschreven.  

Wil dat effectief een richting op, zijn heldere doelen, afspraken, taken en rollen nodig. Daarmee wordt duidelijk wat er van ieder wordt verwacht richting de resultaten en wat er van die rol nodig is om de doelen te halen. Dit noem ik een functionele rol. In de relatie tussen de collega’s wordt via interactie informatie uitgewisseld die nodig is om resultaten te halen. Klinkt logisch tot nu toe toch?

Wanneer er interactie (lees: informatieoverdracht) tussen de leden is, en er is onduidelijkheid is er een grote kans dat de oude overlevingsmechanismes worden getriggerd. Je raakt weer ingezogen dat je meer bezig bent met het innemen van je positie in het team dan met je bijdrage aan het resultaat. Deze noem ik “IK in de groep”.

Twee IK-rollen

Alle leden hebben dus als het ware 2 identiteiten: de eerste is “IK in de groep”, bezig met positie, invloed en relatie. De tweede is de “IK in de functionele rol”, die bezig is met zijn bijdrage in dat moment aan het gestelde doel. Dat zijn soms twee totaal verschillende rollen!

Je kan het soms persoonlijk ergens niet achter staan, maar omdat het functioneel bijdraagt aan het gestelde gezamenlijke doel dat toch naast je neerleggen en toch ergens in meegaan. Want het gaat erom dat jij in je functionele rol een bijdrage doet aan het doel waar je al eerder gecommitteerd aan bent. 

Een voorbeeld van twee “IK’ken

Een voorbeeld uit mijn eigen praktijk: ik ben onderdeel van een leergroep waarin we commitment hebben gegeven om met elkaar zo veel mogelijk teamdynamiek te exploreren. Dus alles wat dat doel dient, pakken we op. 

Er kwam een voorstel van iemand uit de leergroep om een bepaalde werkvorm te doen waarin we gingen terugblikken op het jaar. Het was namelijk december en dat tijdstip is ideaal om te evalueren op je doelen. Het was voor mij echter die week al eerder voorbij gekomen in andere contecxten.. Alles in mij riep: “Hè nee, moet ik dit nu alweer doen? Totaal niet nuttig! Ik doe liever wat we op de agenda hebben staan”. Met andere woorden: ik had even te dealen met het feit dat iets misschien heel anders zou gaan lopen dan ik zou willen. Maar gezien het bestaansrecht en het doel van deze leergroep moest ik bijdragen in mijn functionele rol: en erin toestemmen.

Ik kan je vertellen: dat kon ik niet zo goed. Hahaha. Ik zat lekker in de weerstand, vanuit mijn “IK in de groep”. Maar dit voorbeeld geeft aan dat de twee “IKKEN” echt wel met elkaar in conflict kunnen staan. 

Dit voorbeeld is heel klein, maar het bewust zijn van functioneel bijdragen aan de groep ligt eigenlijk in elke interactie met anderen in je team. Er is wel 1 voorwaarde: 

Iedereen leert “het niet persoonlijk nemen”

Een functionele rol kan alleen worden opgepakt als iedereen van het team WEET dat het gedrag van die persoon hoort bij de functionele rol. IEDEREEN groeit mee in de bewustwording van functioneel bijdragen. Alleen op die manier kan je de ander ook op die waarnemen en oprecht horen. Reken maar dat dit precies is wat er niet gebeurt.

Want als jouw collega’s je “IK in de functionele rol” gaan verwarren met “IK in de groep”, dan kan er een hoop gedoe uit voortkomen. Het gaat erom dat de zaken rond de sociale posities in de groep min of meer ‘uitgezet’ gaat worden. Al kan dat natuurlijk nooit helemaal. 

Iedereen in de groep heeft dus te leren zaken niet persoonlijk te nemen maar te denken in termen van “bijdragen aan de groep”. 

Dit kost tijd!

Bewustworden eigen neigingen

Want ontdek je eigen neigingen; Hoe vaak stap jij in de “IK in de groep”? Ga maar eens bij jezelf na, hoe vaak denk jij of doe jij:

  • “Ja maar, …”
  • Je gaat zwijgen
  • Of snel reageren
  • Het saai vinden
  • Denken:”Jemig, die praat lang”,
  • “Heb je haar weer”- denken en zuchten
  • Grapje maken
  • “Pfft, wat gaat dit langzaam!”
  • Klagen
  • Weerstand voelen
  • Eigen mening nog een keer inbrengen

En dit zijn zomaar een paar voorbeelden. Het loskomen van je eigen onbewuste neigingen en oordelen is een spannend proces. Het kan zelfs onveilig voelen. Je bent immers dan kwetsbaar, het gaat over delen van jou waarvan je je niet realiseert dat het op die manier uitleeft. Dat onbewuste gaan leren zien wanneer je het doet. Waar de groei zit om de werkenergie te vergroten.

Deze onbewuste neigingen verklaren óók waarom er in elke groep, familie, sportvereniging, stammen en teams universele rollen zichtbaar zijn. Dit wordt gedaan door de groep zelf en verloopt volledig onbewust. De volgende blog gaat dus over de zwarte schapen, de patienten, de verzorgers, de grapjesmakers, dwarsliggers, azijnpissers en tijdsbewakers: typische rollen die in elk team voorkomen. Lees dus ook #5!